zingen kan ze
ik heb haar gehoord
met haar stem tilt ze haar pijn op
smijt in staccato haar leven
– de rafels van haar spuitarmen
de etterende putten in haar benen
de vuile nagels krabbend naar
wiebelend wijkende beestjes–
tegen de deur van iemand in een hemel
van wie gezegd wordt
dat hij god
zou zijn
